Visie onderwijsproject VO

Aandacht voor deze problematiek is tegenwoordig niet mee zo evident als bijvoorbeeld in de jaren ’80 en ’90 toen Bob Geldof en Bono er wereldwijd veel aandacht bij jongeren mee genereerden. Een zorgwekkende trend die niet past in een jarenlange traditie van menig onderwijsinstelling die aandacht voor goede doelen hoog in het vaandel heeft staan. Daarmee heeft het onderwijs zowel de taak als de verantwoordelijkheid om dit tij te doen keren. Tevens heeft het onderwijs als geen ander maatschappelijke instantie de kans om dit ook daadwerkelijk te doen. Uitgangspunt moet daarbij de actieve participatie van leerlingen bij de ontwikkelingscasus zijn wat de fundamentele aandacht en betrokkenheid kan vergroten. Daarmee gaan stichtingen en scholen terug naar de basis van het idealisme en komen waarden als een eerlijke en betere wereld weer centraal te staan in het onderwijskundig curriculum van de school. Dit zorgt voor verbreding van een maatschappelijk draagvlak en doet recht aan de morele ontwikkeling, talent en de motivatie van de jongeren.

Concreet houdt het plan in dat er een bestaand ontwikkelingsprobleem in een ontwikkelingsland aan wordt gepakt en als casus wordt voorgelegd aan de leerlingen in de bovenbouw van een middelbare school. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat het ontwikkelingsprobleem lokaal geïnitieerd en gedragen wordt en de betrokken stichting transparant en duurzaam werkt. Uit diverse onderzoeken (o.a. Moyo, 2009; Boekestijn, 2010) blijkt dat een kleinschalige manier van ontwikkelingswerk het meest effectief is. De betrokken docenten zorgen daarbij voor de nodige onderwijskundige ondersteuning, stellen een gefaseerd plan op en beschrijven de leerdoelen die daarmee bereikt worden. In het curriculum past deze vorm van projectonderwijs in het programma van zowel de Havo als VWO in het vak (in dit specifieke geval het curriculum van natuur- en scheikunde), de maatschappelijke stage en het profielwerkstuk. De praktische en real-life elementen van het project sluiten aan bij de theoretische onderdelen van de curricula. In het cognitieve domein winst geboekt door de ontwikkeling die de leerling maakt in het bedenken, uitwerken en uitvoeren van zijn ontwerp in theorie, en later nog meer in de praktijk. Gedurende deze fases werkt de leerling aan diverse facetten van competentieontwikkeling. Het aspect motivatie is belangrijk, want de leerwinst is immers groter wanneer de leerling meer intrinsiek gemotiveerd is, en dat leidt bovendien tot beter onderwijs (Onderwijsraad, 2011). In lijn met deze formele leerdoelen vindt er ook in het kader van de persoonlijke ontwikkeling een proces plaats. De kennismaking met andere culturen en daarmee het leren omgaan met verschillen in persoonlijke omgang en diversiteit in toepassing van het real-life projectonderwijs staan daarbij centraal. Daarmee draagt dit project bij aan de sociaal-emotionele en -maatschappelijke ontwikkeling van de leerling en zorgt het voor een verbreding en verdieping van de belevingswereld van de leerling.

Deze gedachtegang is ontstaan, omdat er voornamelijk in het voortgezet onderwijs een wildgroei aan projecten ontstonden, waarvan enkele zelfs met een commercieel doeleinde. Niet de hoeveelheid leerlingen of de minimumopbrengst van een scholenactie moet overheersen, maar de kwaliteit van het project zelf moet centraal komen te staan, daarbij gebruikmakend van de onderwijskundige ondersteuning van scholen en de expertise op het gebied van ontwikkelingssamenwerking van lokaal opererende stichtingen. Deze manier van werken vereist dan ook een goede samenwerking tussen school en stichting. De stichting dient een lokaal belang in een ontwikkelingsland en heeft daar ook contactpersonen. In Nederland moet in ieder geval een contactpersoon zijn die met de school de transfer van de casus kan uitwerken. Leerlingen werken mee aan alle fases en gaan ook daadwerkelijk naar het ontwikkelingsland toe om hun ontwerp te implementeren. De overheadkosten die dit project met zich meebrengt, zijn lager dan de bekendere organisaties maken. Er wordt immers geen geld uitgegeven aan PR, salarissen e.d. waardoor er feitelijk 100% van de eventueel ingezamelde gelden voor het project zelf gestemd zijn.

Het project- en onderwijskundig plan wat hieraan ten grondslag ligt is op aanvraag te overleggen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>